Categorie archief: Knie-artrose

#Knie-update 168. Psychologie en uitkomsten na knieprothesen

Een knieprothese is een succesvolle behandeling voor de pijn bij een eindstadium van knie-artrose. De literatuur laat zien dat 10-15% van de patiënten minder tevreden is na deze ingreep. Allerlei factoren spelen hierbij een rol zoals verwachtingen, voorlichting, geslacht (vrouwen zijn minder vaak tevreden dan mannen) en leeftijd (jongere mensen ervaren meer beperkingen in activiteiten dan oudere mensen). Het is moeilijk te voorspellen welke patiënten tevreden of minder tevreden zullen zijn met een knieprothese. In de laatste editie van het peer reviewed tijdschrift Knee Surgery Sports Traumatology, Arthroscopy zijn er een aantal studies gepubliceerd  die hebben gekeken naar psychologische factoren in relatie tot uitkomst en tevredenheid na knieprothesen.

Alattas et al. hebben een systematic review verricht naar dit onderwerp. Voorspellende factoren voor een slechtere uitkomst na een knieprothese zijn pre-operatieve angst, depressie, pijn en slechte kniefunctie. De auteurs adviseren een psychologische screening voor de operatie.

Torres-Claramunt et al. beschrijven dat depressieve patiënten meer pijn ervaren postoperatief. Op de langere termijn waren de uitkomsten echter vergelijkbaar met niet-depressieve patiënten met een knieprothese.

Filardo et al. hebben aangetoond dat angst voor bewegen (kinesofobie) de uitkomst na een knieprothese beïnvloedt onafhankelijk van andere psychologische of fysieke factoren. Vooral bij vrouwen was kinesofobie bepalend voor een slechte uitkomst met ook een aanvullende negatieve interactie met angst en depressie.

“Pain-anxiety scores” zijn nog geen vast onderdeel van een pre-operatieve voorbereiding voor een knieprothese operatie. Mogelijk dat invoering hiervan kan leiden tot betere herkenning van risicogroepen met aanvullend op maat voorlichting voor deze patiënten voor een betere uitkomst na knieprothese.

Referenties:

  1. Alattas SA et al. Greater pre-operative anxiety, pain and poorer function predict a worse outcome of a total knee arthroplasty. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2017;25(11):3403
  2. Torres-Claramunt R. et al. Depressed patients feel more pain in the short term after total knee arthroplasty. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2017;25(11):3411
  3. Filardo G. Kinesophobia and depression affect total knee arthroplasty outcome in a multivariate analysis of psychological and physical factors in 200 patients. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2017;25(11):3417
Advertenties

#Knie-update 167. Knieprothese en operatietechniek deel 2

In navolging van mijn #Knie-update 164 zijn er in juni 2017 twee studies gepubliceerd die de meerwaarde van Patient Specific Instruments (PSI) bij knieprothese-operaties niet onderschrijven. Bij deze PSI techniek wordt voor de operatie een CT of MRI scan gemaakt van de knie om “op maat” zaagmodellen te maken voor de operatie.

Fitz et al.[1] hebben een studie verricht naar de rotatie van de femurcomponent van de knieprothese bij CT gebaseerde PSI techniek versus een conventionele gap balancing techniek. De auteurs adviseren om niet blind te varen op de PSI techniek tijdens de operatie wegens een groot aantal afwijkingen bij plaatsen van de femurcomponent volgens de PSI techniek. Levy et al.[2]  hebben gekeken naar de nauwkeurigheid van de zaagvlakken tijdens de operatie op basis van PSI techniek bij totale knieprothesen. Zij concluderen dat PSI maar een matige nauwkeurigheid van 62,3% laat zien. Het tibia PSI zaagblok was minder betrouwbaar dan het femorale PSI zaagblok. De auteurs adviseren dat de chirurg goed de positie en zaagvlakken controleert tijdens de operatie en evt aanpast. De rol van de ervaren orthopedisch chirurg tijdens de knieprothese-operatie blijkt nog essentieel.

 

Referenties:

  1. Fitz et al. Femoral rotation in total knee arthroplasty: a comparison of patient individualized jigs with gap balancing in relation to anatomic landmarks. Knee Surg Sports Traumatol Arthosc 2017;25:1712-19
  2. Levy et al. The accuracy of bony resection from patient-specific guides during total knee arthroplasty. Knee Surg Sports Traumatol Arthosc 2017;25:1678-85

#Knie-update 165. Patiënttevredenheid na knieprothese afhankelijk van verwachtingen

De laatste maanden is er een hernieuwde wetenschappelijke interesse naar de tevredenheid van patiënten met een knieprothese (kunstknie). In eerdere #Knie-updates is beschreven dat 10-15% van patiënten minder tevreden is met hun knieprothese. Jongere vrouwen blijken het minst tevreden. In een recente studie lieten Newman et al. zien dat vrouwen ook meer risico hebben op verminderde kniebuiging in vergelijking met mannen.[1] De auteurs benadrukken het belang van goede voorlichting: “Women should be counseled on potential need for prolonged physical therapy after surgery.”[1]

De mate van tevredenheid na een knieprothese wordt hoofdzakelijk bepaald door de verwachtingen van de patiënt. Dit onderstreept Prof. dr. Jan Victor in een recente lezing: “The strongest predictor of dissatisfaction was the fact [that] the expectations of the patients for the result and outcome of the operation were not met.” [2]
Onze onderzoeksgroep heeft deze maand een studie gepubliceerd over de verwachtingen na een knieprothese middels een enquête onder de leden van de Nederlandse Werkgroep Knie (Nederlandse Orthopaedische Vereniging).[3] De orthopedisch chirurgen vonden dat er wel een verbetering is te verwachten van pijn, functie, activiteiten niveau en psychologisch welbevinden na een knieprothese-operatie, maar dat terugkeer naar fysiek inspannende activiteiten minder waarschijnlijk is.[3]

De juiste voorlichting is dus belangrijk voor een een goede patenttevredenheid na een knieprothese-operatie. Veel ziekenhuizen in Nederland geven voorlichting aan patiënten die een knie-prothese krijgen. Maar wat is de juiste voorlichting? Helaas blijkt goed wetenschappelijk onderzoek schaars over dit onderwerp. In juli 2016 is hiervoor de EKSPECT studie gestart door promovendus J. Tolk, aios orthopedie in het Máxima Medisch Centrum Eindhoven-Veldhoven. De EKSPECT studie beoogt een realistischer verwachtingspatroon met als doel verhoging van de patiënttevredenheid na een knieprothese. Wordt vervolgd…

Referenties:

  1. Newman JM, et al. Higher risk of decreased flexion after TKA found for women, minorities. J Arthroplasty. 2016;doi:10.1016/j.arth.2015.10.038.
  2. Victor J. Joint replacement for end-stage osteoarthritis: The holy grail?!
    Presented at: EULAR Annual Congress; June 8-11, 2016; London.
  3. Tolk JJ, van der Steen MC, Janssen RPA, Reijman M. Knee arthroplasty, what to expect? A survey of the members of the Dutch Knee Society on long-term recovery after total knee arthroplasty. J Knee Surg (accepted publication Sept 2016)

#Knie-update 164. Meerwaarde nieuwe knieprothese-operatietechniek?

Een knieprothese kan een goede oplossing zijn voor ernstige pijnklachten bij knie-artrose. Het juist plaatsen van een knieprothese blijkt afhankelijk van de ervaring van de orthopedisch chirurg en is van belang voor een goed resultaat op lange termijn. Patiënten vragen mij al enige tijd naar de meerwaarde van “patiënt-specifieke instrumentatie” bij een knieprothese-operatie. Hierbij worden vóór de operatie een CT of MRI scan gemaakt van de versleten knie. Aan de hand van deze scan worden vervolgens modelletjes gemaakt waarmee de orthopedisch chirurg tijdens de knieprothese-operatie de noodzakelijke zaagvlakken kan maken. De techniek wordt door diverse medische producenten verkocht. Het is al jaren op de markt en er is reeds veelvuldig onderzoek naar verricht. Hieruit is gebleken dat de nauwkeurigheid van deze operatietechniek niet beter is in vergelijking met de gebruikelijke operatietechniek. Nadeel is dat de orthopedisch chirurg blind moet vertrouwen op de juistheid van de zaagmodellen. Er is nog discussie of de techniek leidt tot een kortere operatietijd en winst voor het ziekenhuis.

Huijbregts et al. hebben recent een meta-analyse gepubliceerd van alle beschikbare literatuur over dit onderwerp. De auteurs komen tot de volgende conclusies betreffende patiënt-specifieke instrumentatie (PSI) bij knieprothesen t.o.v. de gebruikelijke operatietechniek:

  • PSI leidt niet tot een betere plaatsing van de knieprothese
  • PSI leidt niet tot betere patient reported outcome measures
  • PSI leidt niet tot een kortere operatietijd
  • PSI leidt tot gebruik van minder instrumentensets tijdens de operatie.

Referentie:
Huijbregts et al. Patient-specific instrumentation does not improve radiographic alignment or clinical outcomes after total knee arthroplasty. Acta Orthopaedica 2016;87(4):386-394

 

#Knie-update 162. Operatietechniek knieprothese & herstel

Een knieprothese is een goede behandeling voor ernstige pijnklachten bij het eindstadium van knie-artrose (slijtage). Bij een knieprothese-operatie worden de versleten kraakbeenoppervlakten van het dijbeen en scheenbeen vervangen door een kunstknie. Tijdens deze operatie moet de knieschijf (patella) van de voorkant naar de zijkant van de knie worden verplaatst om toegang te krijgen tot het kniegewricht. Hierbij kan de knieschijf worden omgeklapt (“eversion-technique”) of opzij worden gehouden (“non-eversion technique”). Deze laatste techniek is een standaard onderdeel bij een minimaal invasieve knieprotheseoperatie.

In maart 2016 hebben Yang et al. hebben een systematische review gepubliceerd die heeft gekeken naar de meerwaarde van een “non-eversion” ten opzichte van een “eversion” benaderingstechniek van de knieschijf tijdens een knieprothese-operatie. De auteurs concluderen dat de “non-eversion” techniek leidde tot significant kortere ziekenhuisopname, minder complicaties maar wel langere operatieduur. De mate van pijn na de operatie, stand van de knieprothese en positie van de knieschijf na de operatie waren niet verschillend tussen de twee technieken. De auteurs adviseren de “non-eversion” patellatechniek tijdens een knieprothese-operatie. De meerwaarde van deze operatietechniek voor de functie van de knie is nog onderwerp van discussie en hiervoor is verder onderzoek noodzakelijk.

Referentie:
Yang et al. Patellar non-eversion in primary TKA reduces the complication rate. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc (2016) 24:921-930.

DSC04226 NL

#Knie-update 157. Optimaliseren ketenzorg knieblessures goed mogelijk in Nederland

Wanneer kan een huisarts het beste patiënten met knieklachten verwijzen naar een medisch specialist? Heldere inzichten hierover kunnen leiden tot optimale behandeling van patiënten met knieklachten zonder onnodige tweede lijnszorg. Tijdens de Overeindse Dagen 2015 hebben de eerste en tweede lijn een gezamenlijke presentatie gegeven over dit onderwerp. Een samenvatting van deze presentatie kunt u lezen op de website van Coöperatie Orthopedie Groot Eindhoven.

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking beoefent een sport. Het aantal sportblessures in Nederland ligt jaarlijks rond de 3.700.000. Het NOC-NSF laat zien dat dit aantal vrijwel stabiel blijft, net zoals de onderverdeling hiervan in geslacht en leeftijd. Fitness is de meest populaire sport gevolgd door zwemmen en hardlopen. De meest “gevaarlijke” sporten zijn veldvoetbal (760.000), hardlopen (610.000), fitness (470.000) en tennis (230.000). Zo valt 24% van alle voetbalblessures onder knieblessures [1]. Veldvoetbal leidt tot 47.000 behandelingen/jaar op de spoedeisende hulp (seh) en dat kost gemiddeld €930 per SEH slachtoffer [2].

Ik geef regelmatig onderwijs over de behandeling van knieblessures aan huisartsen, fysiotherapeuten, orthopedisch chirurgen, sportartsen, traumachirurgen en SEH-artsen. Recente wetenschappelijke inzichten hebben aangetoond dat er een betere prognose is voor o.a. sporters als acute letsels van de mediaal collateraalband, lateraal collateraalband en achterste kruisband binnen 1-2 weken worden herkend en adequaat behandeld. Dit sluit aan bij de nieuwste KNGF (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie) Evidence Statement “Acuut Knieletsel” die wordt gepresenteerd op De Dag van de Fysiotherapeut (6 november 2015 te Utrecht) en op het Knie Symposium: Samenvatting en Vertaalslag van 2 Evidence Statements op 4 december 2015, Utrecht.

Voor een “state of the art” anno 2015 behandeling van acute knieklachten is het noodzakelijk dat de behandelprotocollen van eerste en tweede lijn goed op elkaar worden afgestemd. Dit is momenteel nog onvoldoende het geval in Nederland. Ik zie grote voordelen in een betere afstemming tussen de behandeladviezen in de huidige NHG-standaard “Traumatische Knieproblemen” (2010) en het a.s. KNGF Evidence Statement “Acute Knie” (2015) op basis van nieuwe inzichten in de behandeling van acute kniebandletsels. De adequate herkenning en behandeling van deze knieblessures is ook van belang bij 2e lijns zorgverleners. Op deze wijze kan de behandeling van een patient met acuut knieletsel in Nederland worden geoptimaliseerd.

Referenties:
1. MedicalFacts.nl
2. Consument en veiligheid

Getagged , , ,

Knie-update 143. Dokter: weet wat uw patiënt Googelt

Tachtig procent van de patiënten zoekt op internet iets op over zijn/haar klacht voor het bezoek aan de huisarts. Bij een bezoek aan een fysiotherapeut of medisch specialist lijkt het niet anders te zijn.

“Het is u vast niet ontgaan dat de patiënt vaak al vóór het bezoek aan een arts medische informatie opzoekt via het internet.  Bij het vaststellen en bespreken van de hulpvraag moet de arts rekening houden met de extra kennis die de patiënt al heeft verzameld via het internet.” Dit is de openingsparagraaf van een fraaie klinische les door van den Bruele et al. in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde getiteld: Dokter, weet wat uw patient googelt. Enkele interessante lessen uit het artikel:

  • Patiënten zoeken vaker medische informatie op via het internet dan ze aan hun arts vertellen.
  • Vrouwen maken vaker gebruik van het internet en sociale media om informatie te zoeken over hun gezondheid dan mannen.
  • Aandacht voor zoekgedrag op het internet tijdens de anamnese kan helpen de hulpvraag van de patiënt te verduidelijken, en is zinvol bij het bespreken van de werkdiagnose en het beleid.
  • Als artsen signaleren dat patiënten de weg naar medische informatie op het internet niet goed weten te vinden, doen ze er verstandig aan de patiënt te verwijzen naar betrouwbare medische websites.
  • Een kwaliteitscriterium is dat een website duidelijk moet vermelden dat de website geen vervanging voor een arts is maar een informatiebron.
  • Er zijn geen richtlijnen voor betrouwbare medische websites; dit lijken in ieder geval onafhankelijke websites te moeten zijn met adequate informatie en die worden beheerd door professionals.

    Een website beheerd door een zorgprofessional, wordt in het artikel geadviseerd als betrouwbaar. Uiteraard is dat afhankelijk van het goed up-to-date houden van de informatie door de professional. Mijn ervaringen zijn inderdaad net zo. Ik heb nu ruim 4 jaar een eigen website over knie-aandoeningen (www.rpajanssen.nl) en ik beheer de site zelf. Het is een welkome aanvulling op het spreekuur en de meeste patiënten hebben de website al bezocht voordat zij voor het eerst naar de polikliniek worden verwezen. Thuis kunnen de mensen, in alle rust, de informatie nalezen die ze van mij hebben gekregen tijdens het spreekuur. Ook aanvullende oefeningen na een operatie staan in detail uitgelegd. Aangevuld met professionele social media, biedt de website een mooie mogelijkheid om de vertrouwensband tussen arts en patient te optimaliseren. In diverse patientwaarderingen wordt dit regelmatig als positief beoordeeld.

    Referentie:

    Van den Bruele et al. Klinische les: Dokter weer wat u patient googelt. Internet en de medische hulpvraag. Ned Tijdschr Geneeskd 2014;158:1-4

    Diaslide

#Knie-update 142. Minder knie-artrose? Minder tevreden patiënt!

Een knieprothese kan een goede behandeling zijn voor een eindstadium artrose van de knie bij veel pijnklachten. Tevredenheid van patiënten is hoog (90% heeft na de operatie geen pijnklachten meer). Echter blijkt 10% van de mensen minder tevreden. De juiste verwachtingen voor de operatie is essentieel voor het eindresultaat. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat jongere vrouwen met een knieprothese vaker ontevreden zijn na een knieprothese. De redenen hiervoor zijn onduidelijk.

Jacobs et al hebben recent een studie gepubliceerd waarin ze de relatie tussen tevredenheid na een knieprothese operatie en patiëntfactoren hebben onderzocht. De prospectieve studie omvat 989 patiënten.

Conclusies van de auteurs:

  • At mean follow-up of 3.5 years, 94/989 TKAs (9.5%) were not satisfied with their TKA.
  • African American patients were 3.0 times more likely to be dissatisfied than Caucasians (95% CI = 1.5–6.0, P = .003).
  • Patients with less severe degenerative changes were 2.1 times more likely to be dissatisfied (95% CI = 1.3–3.2, P = .001).

Een correcte indicatiestelling (pijn is bepalend, niet activiteitenwens) evenals juiste verwachting van de patiënt (voorlichting voor de operatie) zijn bepalend voor een goed resultaat na een knieprothese.

Referentie:
Jacobs CA. Satisfaction with TKA varies with patient demographics (2014) J. Arthroplasty knieprothese

#Knie-update 139. Diameter hamstring graft bij voorste kruisbandoperatie voorspelbaar?

Een scheur van een kruisband is een ernstig knieletsel. Het kan leiden tot een instabiel gevoel van de knie bij dagelijkse activiteiten en sport. Een operatie kan de stevigheid van de knie weer verbeteren. De resultaten van deze operatie zijn afhankelijk van o.a. overige letsels van de knie, leeftijd, geslacht en sport. Tegenwoordig is er een sterke voorkeur voor het gebruik van eigen hamstringpezen (hamstring graft)van de patiënt, om de voorste kruisband (VKB) te vervangen. State of the art is een anatomische reconstructie met herstel van de oorspronkelijke aanhechting op het bot. Naast een anatomische operatietechniek, is ook de diameter van de VKB reconstructie belangrijk voor een goed resultaat. Met deze “all inside” voorste kruisband operatietechniek, kan de anatomie en diameter van de hamstring graft nauwkeurig worden hersteld.

Er bestaat een grote variatie in maten van de hamstringpees bij verschillende patiënten. Het zou dus prettig zijn als de behandelend kniespecialist, vóór de operatie, kan voorspellen of de hamstringpezen van de patiënt geschikt zijn voor een optimale VKB reconstructie. Conte et al hebben recent een systematic review gepresenteerd over dit onderwerp. De auteurs concluderen dat een hamstring graft diameter van 8 mm of groter leidt tot minder rerupturen na VKB reconstructies. Dit is vooral van belang bij patiënten < 20 jaar omdat deze patiënten een grotere kans hebben op een nieuwe VKB scheur. De auteurs vonden een correlatie tussen de lengte van de patiënt/MRI en de diameter van de hamstring graft bij een VKB reconstructie. 

De onderzoeksgroep van Maatschap Orthopedie Groot Eindhoven verricht veel wetenschappelijk onderzoek naar hamstring voorste kruisband reconstructies. Binnenkort publiceert deze groep een studie bij ruim 700 patiënten over de uitkomsten en voorspelbaarheid van hamstring grafts na voorste kruisbandreconstructie. Details van de studie

Referentie:

Conte EJ et al. Hamstring autograft size can be predicted and is a potential risk factor for anterior cruciate ligament reconstruction failure. Arthroscopy 2014 30(7):882-890

#Knie-update 137. Speciale knieprothese voor vrouwen zinvol?

Artrose van de knie kan leiden tot pijnklachten. Artrose kan het gevolg zijn van knie- of sportletsels in het verleden. Als mensen veel pijn ervaren, ondanks alle andere artrose-behandelingen, kan een knieprothese (kunstknie) een goede oplossing zijn.

Van alle patiënten die een knieprothese krijgt, is 2/3 vrouw.  Er zijn pogingen geweest om specifieke knieprothesen te maken voor mannen en vrouwen: de “gender-specific” knieprothese. Er is veel discussie of dit zinvol is. Wat is het wetenschappelijk oordeel? Een recent gepubliceerde systematic review heeft aangetoond dat er geen enkel klinisch voordeel is van “gender- specific” knieprothesen. In deze studie zijn objectieve klinische parameters en patient-reported outcome bestudeerd. 

Referentie:
Cheng T et al. No clinical benefit of gender-specific total knee arthroplasty. Acta Orthopaedica 2014;85:415-421