Maandelijks archief: juni 2017

#Knie-update 167. Knieprothese en operatietechniek deel 2

In navolging van mijn #Knie-update 164 zijn er in juni 2017 twee studies gepubliceerd die de meerwaarde van Patient Specific Instruments (PSI) bij knieprothese-operaties niet onderschrijven. Bij deze PSI techniek wordt voor de operatie een CT of MRI scan gemaakt van de knie om “op maat” zaagmodellen te maken voor de operatie.

Fitz et al.[1] hebben een studie verricht naar de rotatie van de femurcomponent van de knieprothese bij CT gebaseerde PSI techniek versus een conventionele gap balancing techniek. De auteurs adviseren om niet blind te varen op de PSI techniek tijdens de operatie wegens een groot aantal afwijkingen bij plaatsen van de femurcomponent volgens de PSI techniek. Levy et al.[2]  hebben gekeken naar de nauwkeurigheid van de zaagvlakken tijdens de operatie op basis van PSI techniek bij totale knieprothesen. Zij concluderen dat PSI maar een matige nauwkeurigheid van 62,3% laat zien. Het tibia PSI zaagblok was minder betrouwbaar dan het femorale PSI zaagblok. De auteurs adviseren dat de chirurg goed de positie en zaagvlakken controleert tijdens de operatie en evt aanpast. De rol van de ervaren orthopedisch chirurg tijdens de knieprothese-operatie blijkt nog essentieel.

 

Referenties:

  1. Fitz et al. Femoral rotation in total knee arthroplasty: a comparison of patient individualized jigs with gap balancing in relation to anatomic landmarks. Knee Surg Sports Traumatol Arthosc 2017;25:1712-19
  2. Levy et al. The accuracy of bony resection from patient-specific guides during total knee arthroplasty. Knee Surg Sports Traumatol Arthosc 2017;25:1678-85
Advertenties
Advertenties