Maandelijks archief: oktober 2013

Feminisering medisch specialisten en lessen uit het onderwijs

In Medisch Contact van 24 oktober 2013 staat een artikel van Joris Meegdes met als titel “Feminisering specialisten zet door”. Hij is senior adviseur van het Capaciteitsorgaan, de instantie die beslist hoeveel artsen worden toegelaten tot de vervolgopleidingen van huisarts en medisch specialist. In het artikel wordt beschreven dat in Nederland, binnen 10 jaar, meer vrouwen dan mannen als medisch specialist werkzaam zijn. De mate wisselt per specialisme (zie Fig.1 ). Al dan niet toevallig is het percentage vrouwelijke ziekenhuisspecialisten het hoogst in specialismen werkzaam in loondienst. Mannen zijn het meest vertegenwoordigd in de “snijdende” specialismen. De deeltijdfactor ligt bij vrouwen hoger dan bij mannen. Het capaciteitsorgaan houdt hier volgens de auteur rekening mee in haar advies over de instroom van artsen in de opleidingen tot medisch specialist [1]. De consequentie van minder opleidingsplaatsen tot huisarts en medisch specialist, is een flinke vermindering van de instroom van studenten geneeskunde in Nederland. Dat komt vooral doordat er rekening is gehouden met de instroom van buitenlandse artsen [2].

Het huidig selectiesysteem voor geneeskundestudenten, op basis van VWO cijfers in jaargang 5 en 6, draagt bij aan de feminisering van de zorg. Meisjes scoren in het Nederlands onderwijssysteem hoger dan jongens en maken dus meer kans op toelating tot de geneeskundestudie. “Jongens zijn nu eenmaal anders dan meisjes“, zegt lector Vrenssen in een krantenartikel getiteld “De laatste meester voor de klas” [3]. De feminisering in het onderwijs is al jaren aan de gang en toont wellicht een parallel met de feminisering in de zorg. Kunnen we in de zorg iets leren van het onderwijs? “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat jongens beter presteren als er een man voor de klas staat. Mannen leggen in het onderwijs een ander accent dan vrouwen. Ze zijn competitiever en avontuurlijker. Basisscholen bewegen hemel en aarde om meer mannen voor de klas te krijgen” [3]. De instroom van jongens is een belangrijk agendapunt op Pabo’s in Nederland. De opleiding zelf is ook aan jongens aangepast. Lector Vrenssen legt uit: “Jongens zijn nu eenmaal anders dan meisjes. Zo kunnen meiden ook informatie oppikken als een onderwerp ze niet interesseert. maar jongens kennen eigenlijk maar twee standen: actie of slaapstand. Mannelijke studenten hebben meestal een andere insteek: ze gaan voor de inhoud en om te presteren. Daar houdt het onderwijs te weinig rekening mee. Het onderwijs slaat te veel door naar taligheid, planvaardigheid. Typisch vrouwelijke eigenschappen. Het opleidingsprogramma moet wel in balans blijven. We moeten, in een poging in te spelen op jongens, niet de meisjes te kort doen” [3].

De verandering van het onderwijssysteem heeft in Nederland mede geleid tot een feminisering van het onderwijs. De keerzijde is dat de kwaliteit van onderwijs voor jongens noodgedwongen is veranderd met gebrek aan stimulatie van hun competitieve en avontuurlijke zijde. Kwaliteiten die in de zorg nu, maar ook in de toekomst, belangrijk zijn.

Een blik in de toekomst, het jaar 2023. Ik hoop dat we dan niet dezelfde constatering zullen moeten doen in de zorg als in het onderwijs anno 2013……

Fig. 1: Vrouwen per specialisme [1]

Afbeelding

Referenties:

1. Meegdes J. Feminisering specialisten zet door. Medisch Contact 2013;43:2229-2229

2. Capaciteitsorgaan: ‘Minder aiossen, minder studenten’. Medisch Contact 2013;43:2192

3. Dohmen H. De laatste meester voor de klas. Eindhovens Dagblad 26 oktober 2013

Advertenties

Italiaanse praktijken?

De afgelopen week ben ik met mijn gezin een paar dagen in Rome geweest. Bij terugkomst in Nederland, werd ik getroffen door de headline op de voorpagina van de krant: “Het verzorgingshuis verdwijnt”. De verzorgingsstaat brokkelt af in tijden van geldgebrek in Nederland. Na jaren van welvaart moet de broekriem worden aangetrokken en wordt de pijn voelbaar van jong tot oud. In mijn vorige column heb ik stil gestaan bij het feit dat een academische opleiding geen garantie meer is voor een baan en zelfs goede medisch specialisten, met een kersvers C- formulier, staan op straat.

Wat is nodig en wat is overbodig? Een vraag die steeds vaker wordt gesteld over de gezondheidzorg in ons land. Het krantenartikel over de verzorgingshuizen trof me omdat ik in Rome een ander beeld van Italië heb gekregen. Italianen betalen 55% belasting, echter zien de mensen er niet veel voor terug. Wegen worden slecht onderhouden, kinderen laten sporten is duur en de zorg vergt de nodige medewerking van de patiënt en familie. Kinderen, “bambini”, zijn heilig in Italië, maar de meeste  Italianen hebben maar één kind om een toekomst voor hen financieel mogelijk te maken. Een falende overheid, met slechte controle over het belastingstelsel, maakt het mogelijk dat fiscaal enige vrijheid wordt genomen. Wij vinden dat dit niet kan in Europa, maar het perspectief verandert in mijn ogen als je bedenkt dat Italianen erg ondernemend zijn om zaken zelf te organiseren als het nodig is. Enkele voorbeelden: als de straten in de wijk diepe gaten hebben en de overheid niets doet, komen de mensen uit de wijk samen, leggen geld bij elkaar en betalen zelf een stratenmaker die de straten repareert.  Dat is een volstrekt normale zaak in de ogen van Italianen die gewend zijn dat er niets voor ze wordt geregeld. Datzelfde geldt voor het snoeien van parasolpijnbomen langs de straat als de zware takken dreigen te vallen op auto’s en “bambini”. Een keer per jaar schilderen alle vaders de klaslokalen van de scholen terwijl de moeders een groot feestmaal koken dat na afloop wordt opgegeten. Er bestaat een groot sociaal gevoel waaraan iedereen deelneemt omdat het nu eenmaal noodzakelijk is. Italianen wantrouwen hun overheid en dat gevoel bindt mensen om het heft in eigen hand te nemen. Een aantal feiten om het in perspectief te zien: 93% van alle Italianen heeft een eigen huis (waarvan 30% zelf is betaald en het overig hypotheekdeel wordt afgelost), er is geen enkele bank omgevallen in Italië en de bouw floreert. Italië mag dan wel een overheidsschuld hebben van 128% (Nederland 75%, zie Fig. 1), er is een tweede geldstroom die sociaal noodzakelijk is, maar er ook voor zorgt dat mensen eigen verantwoording nemen en een sociaal gevoel creëert  in de maatschappij. 

In de gezondheidszorg vindt een Italiaan maar één ding belangrijk: de dokter moet goed zijn werk kunnen doen. Wachttijden zijn lang, spreekuur op afspraak bestaat eigenlijk niet en familie wast de patiënt en kookt de maaltijden bij een ziekenhuisopname. En dan te weten dat de meeste Italiaanse gezinnen drie banen hebben: de man twee en de vrouw één. Parttime werken is geen optie wegens slechte (of geen) pensioenen, afwezige schoolsubsidies, laat staan meer luxe vormen van bestaan. Geen probleem als je niet aanwezig kunt zijn bij je zieke familielid in het ziekenhuis, dan wast de andere familie op die kamer hem of haar die dag. Verplegend personeel is alleen bezig met medische handelingen, ter ondersteuning van de behandelend arts. Het lijkt op het eerste oog een situatie uit een derde wereldland, maar er ontstaat wel een groot sociaal gevoel. Op een kamer van 8 patiënten (al een luxe situatie), kookt een familie voor iedereen een voorgerecht, een andere familie een hoofdgerecht en weer een andere familie het dessert. Niet alleen de patiënten eten hiervan, ook de familieleden die aanwezig zijn eten mee. Voor verbandmateriaal moet de familie zelf zorgen, ook in het ziekenhuis. Met een recept ga je naar de groothandel, waarna je je bestelling afgeeft in het ziekenhuis. De helft van je gekocht verband gaat naar de spoedeisende hulp afdeling, dat geldt voor iedereen. Zo blijft de eerste hulp voorzien van materiaal. Er geldt maar één principe: de dokter moet goed zijn werk kunnen doen. Meer wordt niet op gerekend en de rest regelen de patiënt en familie zelf.

In de troonrede van afgelopen september stond dat Nederland meer een participatiestaat moet worden. Het stelselmatig kaasschaven in de zorg leidt tot onvrede en weerstand bij artsen, personeel en patiënten. In mijn ogen heeft de welvaart in ons land een grote keerzijde: wij zijn niet gewend zelf zaken te moeten regelen als het niet meer voor ons geregeld wordt. Ik vind dat de Italianen goed begrijpen waar de zorg eigenlijk om draait: de dokter moet goed zijn werk kunnen doen. De rest is luxe.

Ik vrees dat het nog lang zal duren voordat de participatiestaat in Nederland goed zal functioneren. Niet wegens gebrek aan ondernemingsgeest maar door een verleden van welvaart.

 

Afbeelding

 

Advertenties