Maandelijks archief: augustus 2016

#Knie-update 164. Meerwaarde nieuwe knieprothese-operatietechniek?

Een knieprothese kan een goede oplossing zijn voor ernstige pijnklachten bij knie-artrose. Het juist plaatsen van een knieprothese blijkt afhankelijk van de ervaring van de orthopedisch chirurg en is van belang voor een goed resultaat op lange termijn. Patiënten vragen mij al enige tijd naar de meerwaarde van “patiënt-specifieke instrumentatie” bij een knieprothese-operatie. Hierbij worden vóór de operatie een CT of MRI scan gemaakt van de versleten knie. Aan de hand van deze scan worden vervolgens modelletjes gemaakt waarmee de orthopedisch chirurg tijdens de knieprothese-operatie de noodzakelijke zaagvlakken kan maken. De techniek wordt door diverse medische producenten verkocht. Het is al jaren op de markt en er is reeds veelvuldig onderzoek naar verricht. Hieruit is gebleken dat de nauwkeurigheid van deze operatietechniek niet beter is in vergelijking met de gebruikelijke operatietechniek. Nadeel is dat de orthopedisch chirurg blind moet vertrouwen op de juistheid van de zaagmodellen. Er is nog discussie of de techniek leidt tot een kortere operatietijd en winst voor het ziekenhuis.

Huijbregts et al. hebben recent een meta-analyse gepubliceerd van alle beschikbare literatuur over dit onderwerp. De auteurs komen tot de volgende conclusies betreffende patiënt-specifieke instrumentatie (PSI) bij knieprothesen t.o.v. de gebruikelijke operatietechniek:

  • PSI leidt niet tot een betere plaatsing van de knieprothese
  • PSI leidt niet tot betere patient reported outcome measures
  • PSI leidt niet tot een kortere operatietijd
  • PSI leidt tot gebruik van minder instrumentensets tijdens de operatie.

Referentie:
Huijbregts et al. Patient-specific instrumentation does not improve radiographic alignment or clinical outcomes after total knee arthroplasty. Acta Orthopaedica 2016;87(4):386-394

 

Advertenties

#Knie-update 109. Diagnose voorste kruisbandscheur: Lachman- of pivotshift test?

Een praktijkvoorbeeld: uw patiënt vertelt dat zij regelmatig een doorzakgevoel van de knie heeft. Bij lichamelijk onderzoek vindt u een Lachman test uitslag van 3-5 mm (volgens IKDC) met vaste aanslag, iets meer dan de contralatarale knie (0-2 mm). U bent niet onder de indruk van de mate van instabiliteit. Patiënte wordt een periode behandeld met fysiotherapie maar het doorzakgevoel blijft bestaan bij draaibewegingen, mn bij sport. Is er nu wel of geen probleem met de voorste kruisband?

Een voorste kruisband bestaat uit 2 functionele bundels met ieder een eigen functie: de anteromediale (AM) bundel die primair de voorachterwaartse stabiliteit van het onderbeen tov het bovenbeen verzorgt en een posterolaterale (PL) bundel met als functie rotatiestabiliteit van het onderbeen tov het bovenbeen. De Lachman test beoordeelt de functie van de AM bundel, de pivotshift test de functie van de PL bundel. Partiële letsels van de voorste kruisband kunnen voorkomen, waarbij de PL bundel defect is terwijl de AM bundel nog grotendeels functioneert  Dat is het geval in het praktijkvoorbeeld zoals boven beschreven. Een doorzakgevoel van de knie is met name het gevolg van een letsel van de  PL voorste kruisbandbundel. Voor meer details over de voorste kruisband verwijs ik naar mijn artikel in Physios 2011, te downloaden v